Wat te doen als de stroom uitvalt?
Valt de stroom uit, controleer dan eerst of het probleem alleen bij u thuis is of dat er een algemene stroomstoring is. Vraag het bij de buren of kijk of de straatverlichting nog brandt. Is het hele blok zonder stroom, meld de storing dan bij het landelijke storingsnummer 0800-9009.
Controleer de meterkast
Weet u zeker dat alleen uw huis zonder stroom zit, ga dan naar de meterkast. Kijk of de aardlekschakelaar uit staat en schakel hem één keer in. Valt hij direct weer uit, dan is er waarschijnlijk lekstroom door een defect apparaat of een probleem in de bedrading.
Storing opsporen
Ga systematisch te werk om de oorzaak te vinden:
- Haal de stekkers uit de stopcontacten van de groepen achter die aardlekschakelaar, ook van vaste apparaten zoals de wasmachine en de koelkast
- Schakel de aardlekschakelaar weer in. Blijft hij aan, dan is waarschijnlijk een van de apparaten de oorzaak
- Doe de stekkers één voor één terug en kijk wanneer de aardlekschakelaar weer uitvalt. Zo vindt u het apparaat dat de storing veroorzaakt
Laat een defect apparaat niet meer in het stopcontact zitten en laat het repareren of vervangen.
Controleer de installatie
Valt de aardlekschakelaar ook uit zonder dat er apparaten zijn aangesloten, dan zit het probleem waarschijnlijk in de vaste installatie. Denk aan beschadigde bedrading, vocht in een buitenstopcontact of een fout in een lichtpunt. Vooral bij oudere installaties komt dit voor. Schakel dan een elektricien in en ga niet zelf in de installatie zoeken.
Elektrische schok en veiligheid
Een aardlekschakelaar schakelt uit om u te beschermen tegen een elektrische schok. Heeft u een schok gevoeld of denkt u dat er iets mis is met de bedrading, laat de groep dan uit en laat de situatie controleren door een elektricien. Ruikt u een brandlucht of ziet u rook, bel dan 112.
Gebruik van minimaal twee aardlekschakelaars
In een groepenkast zitten bij voorkeur minimaal twee aardlekschakelaars, met de groepen over beide verdeeld. Valt er dan één uit, dan blijft de rest van het huis werken en is de storing makkelijker te vinden. Volgens de norm komen er maximaal vier eindgroepen achter één aardlekschakelaar.
Aardlekautomaat en installatieautomaten
Naast de aardlekschakelaar zitten er installatieautomaten in de groepenkast. Die schakelen een groep af bij kortsluiting of overbelasting. Een aardlekautomaat combineert beide functies voor één groep. Controleer bij een storing dus ook of een automaat is uitgeschakeld.
Handige tips bij stroomuitval
- Kijk welke schakelaars in de groepenkast uit staan
- Voorkom overbelasting door niet te veel zware apparaten tegelijk op één groep te gebruiken
- Controleer na herstel of verlichting en apparaten weer goed werken
- Kijk of snoeren en stekkers beschadigd zijn, zonder de vaste bedrading open te maken
- Kunt u de oorzaak niet vinden, neem dan contact op met een elektricien
Verantwoordelijkheid en onderhoud
Regelmatige controles kunnen problemen voorkomen. Test de aardlekschakelaar af en toe met de testknop en laat de groepenkast en de bedrading periodiek nakijken, zeker in een ouder huis. Kunt u het probleem niet zelf oplossen, schakel dan een professional in. Lees ook meer over aardlekschakelaar aansluiten en stroomstoring.




